Mijn zomer stond volledig in het teken van bloggen. In vijftien blogposts heb ik onderzoek gedaan naar de positie van homoseksuelen in ons land. Hoe me dat is bevallen en wat mijn conclusie is lees je hier! 

Onderzoek naar homoseksualiteit. Ik ben zeker niet de eerste die zich hiermee heeft beziggehouden (en zeker niet de laatste). Ik nam een risico om te kiezen voor een onderwerp wat dicht bij me ligt, maar ik bleef objectief. Op Van de Verkeerde Kant heb geschreven vol interesse, passie en inspiratie. Het was een ware uitdaging, maar ik ben te weten gekomen wat ik wilde weten. Ik koos niet voor persoonlijke verhalen van ervaringsdeskundigen, want naar mijn mening is dit er al. Je leest het in de krant of ziet er voorbij komen op social media. Ik bekeek het onderwerp juist vanuit de feitelijke kant, waarin ik deskundigen interviewde.

Ik heb inspirerende mensen gesproken die wist waar ze het over hadden. Mijn eerste interview met sociaal wetenschapper Laurens Buijs heeft me al meteen een frisse blik gegeven. Een goed begin! Laten we verder kijken dan alleen in termen van ‘goed en slecht’ en ‘vooruit en achteruit’. Laten we kijken naar de huidige situatie en kijken wat we eraan kunnen doen, waren zijn woorden. Daarna volgende Gert Hekma, docent homo- en lesbische studies aan de Universiteit van Amsterdam, die me vertelde over coming out en seksuele diversiteit. En laten we vooral Jan Wolter Wabeke niet vergeten, die ik sprak in Den Haag op het Gerechtshof.

Erg leerzaam was de expositie ”Gijssen, flikker op!” in de Openbare Bibliotheek Amsterdam, waar ik een reportage maakte over de geschiedenis van Roze Zaterdag. Het toppunt was voor mij de Europide 2016, die ik als blogger over homoseksualiteit absoluut niet kon missen. Het interview wat ik achteraf had met Danny de Vries leerde me meer over het uiteindelijke doel van de Pride.

Ik begon met het stellen van de volgende vraag: in hoeverre is homoseksualiteit daadwerkelijk geaccepteerd in Nederland? Mijn antwoord: homoseksualiteit blijft een gevoelig onderwerp, zelfs in onze maatschappij. Hoewel we op de goede weg zijn, is het einde nog niet in zicht. Nederland staat al lang bekend als het land waar alles kan, inclusief het uiten van homoseksualiteit. We hebben hier gestreden voor gelijke rechten, met als hoogtepunt de invoering van het homohuwelijk in 2001. Ik kwam erachter dat we naast het homohuwelijk nog veel meer hebben bereikt. Dat ook in religieuze kringen, uitgezonderd op kleine groeperingen, homoseksualiteit bespreekbaar is en dat in de meeste gevallen niet meer kan worden gesproken van een taboe.  Dit zal nooit worden vergeten, maar er zal verder moeten worden gekeken. Kijken naar wat we hebben bereikt en wat er nog moet gebeuren.

Laten we de strijdbijl nog niet begraven. Ik heb geleerd dat verbetering begint bij denkwijze en mentaliteit, doormiddel van educatie en voorlichting. Homoseksualiteit is voor veel mensen geaccepteerd, totdat het voorkomt in hun eigen omgeving. Totdat een zoon of dochter zelf uit de kast komt, dan gaat het mis. Daar ligt de basis. Dat is het uiteindelijke antwoord van mijn onderzoeksvraag. Ik heb van meerdere geïnterviewden gehoord dat er een schijntolerantie heerst in onze maatschappij. Ook uit onderzoeken blijkt dat een groot aantal mensen vindt dat homoseksuelen en lesbiennes hun leven moeten leiden zoals zij dat willen. Als het echter te dichtbij komt, dat blijkt er toch moeite te zijn met die zogenaamde acceptatie.

Ik ben benieuwd of er een tijd zal komen waarin de ‘coming out’ niet meer bestaat en waarin mensen zullen lachen om het woord ‘heteronorm’, maar om dat te bereiken moet er wel wat gedaan worden.

Het maken van deze blog en het onderzoek doen naar homoacceptatie heeft me weer een stukje wijzer gemaakt. Over een weekje zal ik verder gaan met mijn studie Journalistiek om me verder te verbeteren in wat ik het liefste doe. Tot een volgende keer! Foto: Lara van Pelt 

 

 

Advertenties